Posts

Van-toe

Het laagseizoen is aangebroken. Dat voel ik niet enkel aan mijn water, dat zie ik logischerwijze ook aan de kalende bomen, de dalende temperaturen, de hogere leeftijd van de gemiddelde toerist en het geringer aanbod van gegidste stadsbezoeken. Maar vooral, de top is toe. Het stond te lezen in de krant : de weg naar het beruchte en begeerde hoogste punt van de Mont Ventoux is onherroepelijk versperd door een rood-witte slagboom en een seinbord dat geen twijfel laat bestaan : "sommet fermé". Tot 15 april 2017. De reus van de Provence gaat in winterslaap. Grofweg vijf maanden krijgt hij, om te bekomen van de niet aflatende pletwalsing van banden allerhande : van professionele en minder professionele wielrenners over karavanen vol supporters, motoren met een camera, quads en cabrio's tot bezemwagens en caravans. Je kunt het zo gek niet bedenken of men rijdt er die berg mee op. Maar sinds deze week wordt er dus een voorlopig einde gebreid aan deze onophoudelijke period...

En wij die dachten...

Het regende deze ochtend in Avignon. Pijpestelen. Comme vache qui pisse. En ik moest mijn traanklieren tegenhouden niet dezelfde watervallen te veroorzaken. Ik opende mijn ogen en de nieuwsapp op mijn smartphone en even dacht ik dat ik nog sliep, dat ik nog bewusteloos verwikkeld zat in een hopeloze nachtmerrie. Zoals je in een nare droom soms opgelucht beseft dat het maar een droom is en dat je maar in je wangen hoeft te knijpen om te beseffen dat al het kwaad achter de rug is. Maar dan omgekeerd. Nachtmerrie wordt realiteit, de realiteit is een nachtmerrie. Ik schudde mijn hoofd uit alle macht, wreef me de ogen uit het lijf en besefte dat er geen weg terug was. Ik sloot mijn ogen, kroop ver weg onder het dekbed, maar het kwaad was geschied. De twijfel, de teleurstelling, de angst, het verdriet had zich al lang een weg gebaand naar mijn steeds wakkerdere geest en begon stilletjesaan door te dringen in de intiemste wateren van mijn ziel, diep tot op de bodem. Hetzelfde gevoe...

expresweg

Achter ons ouderlijke huis liggen velden. Akkers waarvan we ieder jaar hoopten dat ze een triljoen graanzaadjes zouden verwelkomen. Landbouwgebied waarop ieder zaaiseizoen echter metershoge maïs kwam te staan, die enkele maanden later met grote combines tot diep in de nacht kortgeschoren en gehakseld werd. Die maïsvelden verpestten niet enkel ons bucolische vergezicht, maar spraken ook tot onze kinderlijke horrorverbeelding. Duistere maïsverhalen waren ons niet vreemd, van kindjes die verstoppertje speelden tussen de manshoge stengels, verdwaalden, de weg naar huis niet meer vonden en van honger en dorst omkwamen. Of ze werden op de pinnen van die grote gele machines gespiesd. Verderop kon je ook wel eens een bietenveld bespeuren. Dat was plezant, want die suikergroente kon je rauw eten. Ooit al eens een biet uit de grond getrokken (toegegeven, je moet een beetje wrikken, zoals met een losse tand, die knollen laten zich niet zomaar te grazen nemen), het zand grofweg weggevaagd met de ...

ode aan de vreugde

Ik heb nog niet zoveel historische momenten meegemaakt in mijn jonge leven (laat ons eerlijk zijn, achtentwintig is nog altijd jong... Hé, hé?). Er waren er ongetwijfeld verscheidene, maar ik was te jong om ze te beseffen of mijn geest was nog niet rijp genoeg om ermee om te gaan. De twin towers, die heb ik nauwelijks recht zien staan. Ik snapte wel dat een vliegtuig dat expres in een gebouw vliegt niet koosjer was, maar het maatschappelijke drama en de geschiedenis erachter ontging mij. Met mijn grootvader bestudeerde ik de eerste euro's en sindsdien moet ik Belgische frank omrekenen naar euro om te vatten om welk bedrag het gaat. Enorm veel invloed heeft dat dus ook niet op mij gehad.  Maar sinds ik groot ben, zie ik het grotere plaatje (soms) en besef ik de omvang. Groot worden is niet altijd leuk. De recente gruwelijke gebeurtenissen overal ter wereld en in België en Frankrijk in het bijzonder troffen me recht in het hart en in het hoofd. Ik voel dat het ook over mij gaat,...

tsjoeke tsjoek

"De trein is altijd een beetje reizen", beweert de NMBS. Dat klopt als een bus. Hij brengt je van punt A naar punt B en dat komt geheel overeen met hoe Van Dale het woord "reizen" definieert: "het trekken van een plaats naar een andere". Spek voor de bek voor deze fan van het spoor. Maar de trein nemen is meer dan zich louter verplaatsen, het is ook dagdromen, (her)ontdekken, het avontuur tegemoet gaan en... reizen. Voor een kleindochter van een buschauffeur en ondernemer in een ooit zo florerend busbedrijf, is de trein geen evidentie. Reizen dan weer wel.  Coca-Cola maakte een vijftiental jaar geleden een zeemzoete ietwat melancholische advertentie op televisie van een groepje vrienden (ik schat ze de studentenleeftijd) die na een feestje op een warme zomeravond op het nippertje de laatste trein halen. Uitgelaten en vrolijk lachend nemen ze plaats in een zo goed als lege wagon. Met gulzige slokken drinken ze van een flesje vol sprankelend donkerbruin...

coup de foudre

Een verdwaalde toerist de weg kunnen wijzen, daar gaat het mij om. Een rosé geserveerd krijgen nog voordat je de bestelling hebt geplaatst. Een mopje maken met de kassierster van de plaatselijke supermarkt. Vaste klant en klant is koning, weet je wel. Overvallen worden door ongebreidelde euforie wanneer je voor de duizendste keer op weg naar huis door de straten struint. Dát is wat mij gelukkig maakt aan wonen op een ander. Oh triomf wanneer iemand in de straat je aanspreekt met "excuseer, bent u hier thuis?" en je deze vraag affirmatief kan beantwoorden. 't Zal wel zijn, meneer! Het delicieuze gevoel wanneer je kan zeggen "dus dan gaat u hier rechtdoor, slaat u aan de bakker rechtsaf en u zal zien, op uw linkerkant bevindt zich het museum voor schone kunsten". Om duimen en vingers van af te likken. Tiptop. Sommige stadsbewoners lijk je al jaren te kennen, maar eigenlijk weet je zelfs niet hoe ze heten: "de gek met zijn honden", "die lang...

vrijheid blijheid

't Is zover! Eindelijk kon ik vandaag mijn kousen over de haag zwieren. Haleluja! Dat was niets te vroeg. Als ik me goed herinner, liep ik vorig jaar al enkele weken blootbeens door de straten van Avignon te huppelen (ja, ik ben elegant en huppel). Voor iemand die nooit broeken draagt, is dit een moment van glorie: weer een winter overleefd op nylonkousen allerhande, jochei! Eindelijk valt de druk weg, de angst om toch maar geen ladders te maken in alweer een splinternieuw paar, of om ze te wassen op te hoge temperatuur waardoor ze medogenloos krimpen, hun vorm verliezen of simpelweg te lelijk voor dragen worden. Ik maak nooit de rekening op het einde van het seizoen, daar zou ik moedeloos van worden, maar het is een budget, die kousen, geloof me vrij. Wat een heerlijk gevoel, dat lentebriesje dat zacht je benen streelt. Elk jaar opnieuw katapulteert het me terug naar een onbestemd moment lang geleden. Toen ik na schooltijd woensdagmiddag mijn "speelkleren" aantr...