Posts

Brief aan de dichter

Ik dank je van harte, heer Pfeijffer. Ilja, als je dat liever hebt. Leonardo, als dat mag.  Ik hing aan je lippen, terwijl ik door de straten van Genua struinde. Ik bestelde een glas van "hetzelfde als wat mijn buurman drinkt". Dat bleek negroni te heten. Een godendrankje in een land van eeuwenoude mythes. Ik was blij met deze nieuwe ontdekking. Enkele pagina's later las ik dat ook jij dat graag bestelt. Hier in Genua bleek ik wereldvreemd, gelukkig nam jij me bij de hand. Ik liep door de stegen en spleten van jouw stad en huilde van ontroering bij jouw verzen. Ik lachte luidop. Dat staat altijd zo sullig, als je alleen voor een boek zit.  Het is dat ik zoveel herken in wat je schrijft. Dat het zo verdomd goed onder woorden ja dus beelden is gebracht. Dat het zo mooi is.  Jouw Genua is mijn Avignon, jouw vaderland is mijn moederland's buurman. Jouw meisje is mijn jongen. Hij deed het met minder spiegels, maar hij deed het evenzeer. Pijnlijk mooi, mooi...

Voorzichtig

Deze ochtend ging ik een eind lopen. Langs de oevers van die brede stroom die hier zo prachtig onze stad aandoet. Dat is op zich zeker het vermelden niet waard. Maar vandaag wel. Ik ken Julie niet. En tegelijkertijd ken ik haar alsof zij mij was. Of mijn zus. Mijn moeder. De dochter van mijn vrienden. De vrouw die in tegenovergestelde richting op hetzelfde jaagpad rent. Julie was met de fiets. "Wees voorzichtig", herhaalde mijn vader als een bezwerende spreuk telkens als ook wij op onze tweewieler sprongen, op weg naar school, de tekenles, vrienden. Hij zegt het nog steeds.  Een vrouw die zich al fietsend verplaatst van punt A naar punt B is hier nog steeds eerder de uitzondering dan de regel. "Lies, c'est une warrior, elle vient à vélo", hoor ik vaak. Als je hier als fietster niet dapper wordt verklaard, dan wel gek. Mijn ex-schoonmoeder stuurt me zelfs nu soms nog een berichtje om te vragen of ik die avond met de fiets naar de dansles ga. Fais atte...

Lust

Dertig werd ik intussen. Een oude knar, een jong veulen, ik weet niet goed wat ik ervan moet denken. Alles hangt zoals wel vaker af van de vergelijking. Nooit goed, dat vergelijken. "Als Mieke in de gracht springt, spring jij dan ook?" Nee, liever niet. Maar het is ongetwijfeld de aard van het beestje. En dan al zeker in tijden van ongebreideld gepost op de zogenaamde social media. Wie o wie heeft nog nooit liggen doorklikken via vrienden van vrienden van vrienden om plots tot het besef te komen dat hij al meer dan een uur naar de binnenhuisinrichting en kroost zit te turen van compleet wildvreemden. Hello stranger, nice to meet you. Even though we didn't. Ik merk het aan mijn verdraagzaamheid jegens "de jeugd van tegenwoordig". Het feit alleen al dat ik de woorden "jeugd van tegenwoordig" durf te gebruiken op een niet-ironische wijze. Als ik op terras zit en rondom mij lycéens driftig zitten te swipen terwijl ze met hun andere hand hun make-up bi...

Josdag

Zondag is een bijzondere dag. Nummer zeven is altijd een beetje magisch. De dag des heren, als je dat wilt geloven. Een dag met de allures van een Roi Soleil. Een rustdag, een feestdag, een familiedag. Een baaldag ook, voor sommigen. Wat er ook van zij, ik heb hem al hartstochtelijk liefgehad en hartgrondig gehaat.  Tot tien jaar was zondag het codewoord voor boterkoeken, aperitieven, uitstapjes en splinternieuwe kleren, een heuse feestdag in een kinderweek. Na de crèmekoek waar de vla langs alle kanten uitspoot bij elke hap, troepten we samen voor een apero op z'n paasbest bij pater en mater familias. Met vaderlief hadden we ook een fichebak gemaakt met kaartjes waarop we een leuke bestemming noteerden, vergezeld van een tijdsindicatie: "ganse dag" [sic], "halve dag". Als de inspiratie ver te zoeken was of de onenigheid hoog oplaaide, werd er een kaart getrokken. Het Huis van de Toekomst is nooit door de selectie geraakt, maar onze bezoeken aan het Afrika ...

Van-toe

Het laagseizoen is aangebroken. Dat voel ik niet enkel aan mijn water, dat zie ik logischerwijze ook aan de kalende bomen, de dalende temperaturen, de hogere leeftijd van de gemiddelde toerist en het geringer aanbod van gegidste stadsbezoeken. Maar vooral, de top is toe. Het stond te lezen in de krant : de weg naar het beruchte en begeerde hoogste punt van de Mont Ventoux is onherroepelijk versperd door een rood-witte slagboom en een seinbord dat geen twijfel laat bestaan : "sommet fermé". Tot 15 april 2017. De reus van de Provence gaat in winterslaap. Grofweg vijf maanden krijgt hij, om te bekomen van de niet aflatende pletwalsing van banden allerhande : van professionele en minder professionele wielrenners over karavanen vol supporters, motoren met een camera, quads en cabrio's tot bezemwagens en caravans. Je kunt het zo gek niet bedenken of men rijdt er die berg mee op. Maar sinds deze week wordt er dus een voorlopig einde gebreid aan deze onophoudelijke period...

En wij die dachten...

Het regende deze ochtend in Avignon. Pijpestelen. Comme vache qui pisse. En ik moest mijn traanklieren tegenhouden niet dezelfde watervallen te veroorzaken. Ik opende mijn ogen en de nieuwsapp op mijn smartphone en even dacht ik dat ik nog sliep, dat ik nog bewusteloos verwikkeld zat in een hopeloze nachtmerrie. Zoals je in een nare droom soms opgelucht beseft dat het maar een droom is en dat je maar in je wangen hoeft te knijpen om te beseffen dat al het kwaad achter de rug is. Maar dan omgekeerd. Nachtmerrie wordt realiteit, de realiteit is een nachtmerrie. Ik schudde mijn hoofd uit alle macht, wreef me de ogen uit het lijf en besefte dat er geen weg terug was. Ik sloot mijn ogen, kroop ver weg onder het dekbed, maar het kwaad was geschied. De twijfel, de teleurstelling, de angst, het verdriet had zich al lang een weg gebaand naar mijn steeds wakkerdere geest en begon stilletjesaan door te dringen in de intiemste wateren van mijn ziel, diep tot op de bodem. Hetzelfde gevoe...

expresweg

Achter ons ouderlijke huis liggen velden. Akkers waarvan we ieder jaar hoopten dat ze een triljoen graanzaadjes zouden verwelkomen. Landbouwgebied waarop ieder zaaiseizoen echter metershoge maïs kwam te staan, die enkele maanden later met grote combines tot diep in de nacht kortgeschoren en gehakseld werd. Die maïsvelden verpestten niet enkel ons bucolische vergezicht, maar spraken ook tot onze kinderlijke horrorverbeelding. Duistere maïsverhalen waren ons niet vreemd, van kindjes die verstoppertje speelden tussen de manshoge stengels, verdwaalden, de weg naar huis niet meer vonden en van honger en dorst omkwamen. Of ze werden op de pinnen van die grote gele machines gespiesd. Verderop kon je ook wel eens een bietenveld bespeuren. Dat was plezant, want die suikergroente kon je rauw eten. Ooit al eens een biet uit de grond getrokken (toegegeven, je moet een beetje wrikken, zoals met een losse tand, die knollen laten zich niet zomaar te grazen nemen), het zand grofweg weggevaagd met de ...